De toekomst van textiel
Meer dan 90% van alle textiel eindigt in de verbrandingsoven of op de stortplaats. Dat moet en kan anders. Daarom is Nedlin medeoprichter van CIBUTEX, een coöperatie van bedrijven die zich inzetten voor een circulaire keten van B2B textiel. Jan Lamme, kartrekker en medeoprichter, vertelt over technische uitdagingen, nieuwe wetgeving en grootse plannen. “Een transparante keten is belangrijk voor het bevorderen van duurzame handel.”
Jarenlang zag Jan Lamme dat textiel na gebruik werd verwerkt tot poetsdoeken, die na blootstelling aan chemische materialen werden verbrand. Dat, concludeerde hij met een aantal collega’s, biedt dus géén duurzame oplossing. Daarom kreeg Lamme het idee een samenwerkingsverband op te richten van bedrijven uit de textielindustrie. Het doel? Een circulaire B2B-textielketen waarin afgekeurde materialen een nieuw leven krijgen.
Van lineair naar circulair
Al jarenlang is de textielindustrie een van de meest vervuilende sectoren ter wereld. Ieder jaar worden er weer grotere hoeveelheden kleding en textiel geproduceerd. Daarvan belandt 90 tot 100 miljoen ton in open stortplaatsen, vooral in Zuid-Amerika en Afrika. Een cadeautje van de fast fashion-industrie, die kleding zo goedkoop en snel mogelijk in de winkels wil. “Bijna 95% van het textiel vindt zijn weg naar verbranding of vuilnisbelt”, zegt Lamme. “Dat is simpelweg onacceptabel.” Het is duidelijk dat de traditionele lineaire economie, waarin producten worden gemaakt, gebruikt en afgedankt, moet plaatsmaken voor een circulair systeem. Daarin blijven grondstoffen zo lang mogelijk in de keten, worden materialen opnieuw gebruikt, en blijven afval en emissies tot een minimum beperkt. Om dat in de business textielsector voor elkaar te krijgen, bracht Lamme een aantal collega’s bij elkaar
We willen zo veel mogelijk partijen betrekken bij de weg naar een circulaire keten.
“Individuele bedrijven hebben niet de schaalgrootte of middelen om de noodzakelijke veranderingen door te voeren”, zegt hij. Daarom besloot hij om gelijkgestemde wasserijen en textielservicebedrijven bij elkaar te brengen. Wat begon met vijf leden, groeide al snel uit tot een coöperatie van ruim dertig bedrijven, verspreid over heel Europa. Lamme: “Samen kunnen we een veel grotere impact maken.”
Van oud naar nieuw
De coöperatie zet zich in om B2B-textiel aan het eind van zijn levensduur te verzamelen en een waardevolle herbestemming te geven. Lees: om het te verwerken tot nieuwe, hoogwaardige producten. “Dat gebeurt door verschillende technieken toe te passen, zoals chemische en mechanische recycling. Maar ook door samen te werken met partners die nieuwe producten kunnen ontwikkelen.” Daar liggen uitdagingen, want om van oud textiel nieuw textiel te maken, moet altijd een percentage virgin materiaal worden bijgemengd.
Bovendien is businesstextiel vaak een samenstelling van katoen en polyester. Wordt in een artikel ‘gerecycled polyester’ verwerkt? Dan is dat meestal niet van oud textiel afkomstig, maar van PET-flessen. Dat lijkt goed voor het milieu, maar valt tegen. Want de kringloop van oude naar nieuwe PET-fles - wél een circulair systeem - wordt door deze productie van kleding onderbroken. Zo belandt polyester textiel aan het einde van zijn levensduur alsnog op de vuilnisbelt.
Groeiend bewustzijn
Gelukkig groeit het bewustzijn bij consumenten én overheden. In de zomer van 2024 introduceerde het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het Nederlands beleidsprogramma Circulair Textiel 2025-2030. Daarmee wil het Rijk de omgang met kleding en textiel drastisch veranderen, met tegen 2050 een circulaire textielketen. Dat betekent dat kleding en textiel zo lang mogelijk worden gebruikt, gerepareerd en gerecycled. En zo voor minder afval en een schonere omgeving zorgen
Onderdeel van het plan is bovendien de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Dit is een combinatie van regels die producenten verantwoordelijk stellen voor de volledige levenscyclus van hun producten. Dus niet alleen voor het produceren en verkopen van hun producten, maar ook voor het inzamelen en hergebruiken. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet toe op de naleving van de UPV-regels.
Dat er steeds strengere (Europese) regels voor producenten komen, vindt Lamme een goede zaak. “We zien het als onze taak om te voldoen aan deze regelgeving, én om anderen te helpen hetzelfde te doen.” Hij wijst op de dreiging van goedkope textielproducten uit Azië, die vaak niet aan de strenge Europese milieunormen voldoen: “We willen ervoor zorgen dat degenen die textiel op de Europese markt brengen, verantwoordelijk zijn voor de gehele levenscyclus van dat textiel. Productie, gebruik én recycling.”
Voorlopers
Bedrijven in de textielservice-industrie liggen hierin al voor op de rest van Nederland. Nedlin verzamelt bijvoorbeeld al het afgedankte textiel in perscontainers. Na overdracht aan recycler Frankenhuis gaat het textiel door naar Spinning Jenny, dat van gerecycled en virgin materiaal weer nieuwe draden spint. Als partner van CIBUTEX leggen we de lat nog hoger.
Voor bepaalde textielsoorten zijn de ontwikkelingen al behoorlijk ver. In een van onze hotels loopt een test met theedoeken, gemaakt van oud bedlinnen. Ook werkt CIBUTEX aan de omvorming van gebruikte operatiekleding (‘scrubs’) tot mooie polo’s. De garens met gerecycled materiaal zijn niet voor alle artikelen een optie. De draad wordt door de toevoeging van gebruikt textiel een beetje gelig - dat wordt bij koksbuizen bijvoorbeeld nog niet geaccepteerd. Maar er zijn volop mogelijkheden voor nieuwe producten. Bovendien wordt goed gelet op het duurzame aspect van de productie. Zo worden de theedoeken in Duitsland geweven, terwijl de garens in Nederland worden gesponnen. Lamme: “Door zo dicht mogelijk bij huis te produceren, minimaliseren we onze CO2-uitstoot.”
Terug in de keten
Bovendien kunnen leden van CIBUTEX straks via een speciaal platform, CibuteXchange, hun textielstromen inzichtelijk maken. “Dat maakt de hele keten transparant en controleerbaar, wat weer heel belangrijk is voor het bevorderen van duurzame handel.” Zo gaat CIBUTEX terug in de keten en kunnen ook partners die zelf geen kleding maken, zoals Nedlin, aansluiten bij fabrikanten of leveranciers die zich sterk maken voor gerecyclede en recyclebare garens. “We willen zo veel mogelijk partijen betrekken bij de weg naar een circulaire keten”, vertelt Lamme.
Daarnaast werkt CIBUTEX samen met gespecialiseerde partners om gedetailleerde levenscyclusanalyses (LCA’s) uit te voeren. “We willen begrijpen welke milieueffecten onze producten hebben, zodat we kunnen blijven verbeteren”, zegt Lamme. “Bijvoorbeeld door de impact van gerecyclede materialen te vergelijken met die van virgin materialen. Dit geeft ons waardevolle inzichten en helpt ons om beslissingen te nemen die echt bijdragen aan duurzaamheid."