Terug
Artikel

Balans tussen bewust en beleving

x

Een prachtige natuurrijke omgeving heeft Bilderberg Hotel De Bovenste Molen al. Maar er is nog meer groen aan dit hotel in de Venlose bossen, dat sinds 2011 klant is bij Nedlin. Ze hebben het label ‘goud’, de hoogste status van Green Key, het keurmerk voor duurzame accommodaties in de gastvrijheidssector. Hotelmanager Edwin van Velsen en de directeur van Green Key, Erik van Dijk, vertellen wat dit keurmerk inhoudt en bespreken de duurzame uitdagingen in de wereld van hospitality.

Van Velsen is nog vers in zijn dubbelrol als General Manager van De Bovenste Molen in Venlo en Château Holtmühle in Tegelen. Ruim een half jaar staat hij aan de leiding bij deze twee Noord-Limburgse hotels, maar hij loopt al langer mee binnen de Bilderberg-keten. “Ik heb de ontwikkeling naar een meer duurzame hotellerie van dichtbij mee- gemaakt. Bilderberg wil hierin voorop lopen en alle hotels hebben een zilver- of goud-status bij Green Key.”

“Het is altijd mooi om te zien als hotels de keuze maken vanuit hun intrinsieke waarden”, vindt Van Dijk. Zijn ervaring als directeur van Green Key leert dat sommige bedrijven het keurmerk gebruiken als instrument om de goede keuzes te maken. “Dat is natuurlijk ook geen probleem, maar de hotels die er heel bewust voor kiezen, zetten vaak een stapje extra.” Van Velsen beaamt dit: “Nu we al een tijdje de hoogste goud-status hebben, zoeken we zelf naar dingen die nog beter kunnen, waarmee we bonuspunten kunnen halen. Bij het hotel waar ik eerder werkte, waren dit bijvoorbeeld eigen bijen op het landgoed en haalden we het vlees uit de omgeving. Hier ben ik nog aan het uitzoeken waar we op inzetten, maar de keuken werkt natuurlijk al veel met lokale producten.”

Green Key biedt houvast

Green Key is een internationaal erkend keurmerk dat bedrijven in de vrijetijdssector helpt duurzame keuzes te maken die verder gaan dan de wet- en regelgeving vereist. De aangesloten bedrijven moeten in ieder geval zuinig omgaan met energie en water. Hierbij kan worden gedacht aan het gebruik van zonnepanelen, spaarlampen, lichtsensoren en timers voor airconditioning en verwarming, maar ook aan zo min mogelijk wassen en milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen. Naast verplichte zaken, zijn er optionele normen, die het niveau van brons, zilver of goud bepalen. “Omdat duurzaamheid een continu veranderend proces is, worden deze normen elke drie jaar bijgesteld”, legt Van Dijk uit. “Iets dat drie jaar geleden optioneel was, kan bijvoorbeeld verplicht worden. We leggen de lat hoog, maar niet zo hoog dat ondernemers afhaken.”

Van Dijk is nu elf jaar directeur van Green Key en heeft de lijst met bedrijven zien groeien van 165 naar zevenhonderd deelnemers. “Het is eigenlijk best bijzonder dat juist de hotelwereld tijdens de crisis ruim tien jaar geleden aandacht had voor duurzaamheid. Ik doe amper aan acquisitie, de meeste bedrijven komen naar ons toe. Al breng ik wel een bezoekje als een bedrijf zegt het ‘meest duurzame hotel’ te zijn en nog niet bij ons is aangesloten. Dan wil ik dat wel eens zien.”

De zevenhonderd bedrijven in Nederland worden gecontroleerd door vijf onafhankelijke keurmeesters. Van Velsen erkent dat de periode voorafgaand aan zo’n bezoek altijd weer spannend is en dat alles intern op scherp wordt gesteld. “Maar zo’n bezoek is vaak ook heel waardevol. De keurmeesters voorzien ons echt van advies en denken met ons mee hoe we het nog beter kunnen doen.” Van Dijk: “We zijn streng doch rechtvaardig. Als een hotel iets niet helemaal op orde heeft, krijgt het nog zes weken na het bezoek de tijd om dit te veranderen. Maar het gebeurt weleens dat we een hotel echt van de lijst moeten halen.”

Het is altijd mooi om te zien als hotels de keuze voor duurzaamheid maken vanuit hun intrinsieke waarden.

Erik van Dijk
Gastbeleving blijft belangrijkst

Beide heren beamen dat het in de hotellerie altijd zoeken is naar de balans tussen de meest duurzame keuze en het comfort van de gast. “Dit laatste weegt toch nog vaak het zwaarst”, denkt Van Velsen. “Duurzame keuzes moeten in de eerste plaats betaalbaar zijn, maar ze mogen de beleving van de gast ook niet in de weg staan. Je ziet dat het gebruik van lokale producten in de keuken bijvoorbeeld tot de verbeelding spreekt bij gasten, zoals dadelijk weer de asperges van de teler om de hoek. Maar voor biologisch badgoed hebben we tot nu toe nog niet gekozen, omdat het vooralsnog duurder is dan het huidige linnenpakket en we nog niet weten hoe biologisch linnen zich houdt bij veelvuldig wassen.” 

Toch ziet hij de ontwikkelingen snel gaan en verwacht hij dat ook deze zaken op termijn zullen veranderen. “Ik kan me voorstellen dat we bij een volgende tender zouden kiezen voor biologisch linnen op de bedden of duurzame kleding voor het personeel. Je ziet bij Nedlin dat ze nu al een biologische optie hebben, over een paar jaar zullen dit er ongetwijfeld meer zijn. Maar eerst zullen we ons huidige linnen afschrijven, want anders is het ook niet duurzaam.”

Van Dijk vult aan dat het voor ondernemers ook realistisch moet blijven. “We zien inderdaad dat duurzaam linnen nog niet veel wordt ingezet, maar naarmate het aanbod groter wordt, zal dit veranderen. Dit zie je bijvoorbeeld ook bij de ontwikkeling van het sanitair in badkamers van hotels. We hadden ooit een verbod op stortdouches, maar inmiddels zijn er stortdouches die 9,5 liter verbruiken. Dat is echt stukken beter dan reguliere douches van 20 liter of een bad. Dan passen wij ons beleid aan, want we hebben liever een duurzame stortdouche dan een bad.”

Volhoudbaarheid

Van Velsen ziet de trend dat baden sowieso steeds meer verdwijnen uit hotelkamers. “Het is interessant om alle veranderingen te volgen, ook op het gebied van technologie. Sommige technische hoogstandjes lijken mooi, maar zijn dan toch nog niet zo ver. Een bewegingssensor die registreert of een gast aanwezig is - en of de lampen en de verwarming aan moeten - is fijn, maar werkt niet als deze alleen geschikt is voor een vierkante ruimte en de kamer gaat het hoekje om.”

De maatregelen op het gebied van duurzaamheid gaan steeds een stapje verder, concludeert Van Dijk. “Ik gebruik in plaats van duurzaamheid ook weleens de oud-Nederlandse term volhoudbaarheid. Want dat is eigenlijk waar het om gaat: alles moet vol te houden zijn, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de wereld om ons heen. Het klinkt misschien vreemd, maar eigenlijk hoop ik dat een organisatie als de onze zichzelf over twintig jaar kan opheffen. Dat duurzaamheid binnen de vrijetijdssector dan net zo gebruikelijk is geworden als hygiëne.”